Jippie, we bouwen een tipi… en maken een windgong

Bouw met stokken en doek een tipi op het plein en ga in de natuur op avontuur!

Groep

Dit project is geschikt voor groep 

1, 2, 3

Thema

Basismateriaal

Stokken, doek of zeil, touw, materialen uit de natuur zoals takjes, stukjes hout, bladeren, veertjes

Groepsopdracht of individueel

Groepsopdracht

Project blijft op school/gaat mee naar huis

Project gaat mee naar huis

Kerndoel

54: Materiaal/techniek

Sluit aan bij een les over

Kamperen, natuur, indianen

Weetje

Volgens indianen heeft elke vogelsoort zijn eigen kracht. Door het dragen van een veer, wordt deze kracht op jou overgebracht. Veel indianen kozen voor een arendsveer. Want de arend is een grote sterke vogel!

Kort kringgesprek vooraf

De meeste mensen wonen in een huis. Maar je kunt ook een ander dak boven je hoofd kiezen: wonen kan in een boomhut, een caravan, een boot, een tent… Een tent van de indianen heet een tipi. Die bestaat uit een aantal houten palen en een doek. De indianen konden hun tipi makkelijk opvouwen en meenemen op hun paard naar een ander stukje grond. Boven in de tipi zat een gat. De indianen stookten vuur en via dat gat kon de rook naar buiten. En als het regende, trokken ze het gat met een touw dicht.

Indianen hebben altijd bijzondere namen: Zittende Stier, Rode Wolk, Blauwe Donder en Zwarte Eland. Dat heeft te maken met wat iemand heeft gezien of meegemaakt. Wat is jullie indianennaam?

Nu wonen er bijna geen mensen meer in een tipi of een tent, behalve in de vakantie. Waarom willen mensen op vakantie in een tent wonen? Hebben jullie wel eens in een tent geslapen? Of een tent gebouwd? In een tent voel je je veel dichter bij de natuur. Je hoort de vogeltjes ’s morgensvroeg fluiten, de regen klettert zo lekker op het doek, de tent flappert een beetje als het waait en je ruikt het gras en de aarde.

Als de tipi straks klaar is, gaan jullie er lekker bij zitten, goed om je heen kijken, en luisteren naar de geluiden uit de natuur. Eens kijken wat jullie dan voelen, zien, ruiken en horen… Dat is gek: het lijkt zo stil, maar ondertussen zoemt, ruist en fluit er van alles om je heen!

Voorbereiding leerkracht

Download het knippatroon van de tipi. Het is leuk als je jouw leerlingen de stof voor de tipi laat verven. Dat moeten jullie doen voordat jij de stof aan elkaar zet. Houd daar rekening mee (bij gebruik van zeil gaat dit niet op; zeil is niet beschilderbaar). Als de tipi klaar is kunnen de leerlingen goed meehelpen om hem op te zetten.

Voor de windgong leg je per leerling een bamboestokje klaar van 20 cm, waar je een touwtje aan vastknoopt om het aan op te hangen. De stokjes die de leerlingen gaan zoeken om aan het bamboestokje te hangen, moeten allemaal een gaatje krijgen waar het hennepkoord doorheen kan. Ga dus van tevoren met de leerlingen op zoek naar stokjes en houd in jouw planning rekening met het boren van de gaatjes. Je kunt de leerlingen natuurlijk ook een beetje helpen door zelf stokjes voor hen te verzamelen en te verspreiden of verstoppen op het schoolplein. Of zorg zelf van tevoren voor bamboestokjes (van verschillende lengte) waar je gaatjes in boort.

Heb je een mooi verhaal over indianen, kamperen, over de wind of het water? Neem dat dan mee om voor te lezen aan de leerlingen terwijl ze bij de tipi zitten.

Via de knop Materiaallijst vind je een overzicht van materialen die je nodig hebt.
Via de knop Stappenplan vind je uitleg en afbeeldingen waarmee je de tipi en windgong stap voor stap maakt.